INLOGGEN

Actueel

29 november 2018


De toekomst van werk - verwachte trends 2018-2022

Hoe ziet de toekomst van werk eruit? Het World Economic Forum (WEF) sprak met de werkgevers van zo’n 15 miljoen werknemers in 20 landen en 12 bedrijfssectoren over de verwachte trends in de periode 2018-2022. De resultaten staan in The Future of Jobs Report 2018. We hebben de belangrijkste punten uit het onderzoek voor u op een rij gezet.

1. Robotisering neemt toe, maar ziet er in elke sector anders uit
Tussen 2018 en 2022 gaan nieuwe technologieën - supersnel mobiel internet, kunstmatige intelligentie (AI), big data analytics en cloud technologie bijvoorbeeld - bij het leeuwendeel van alle organisaties gewoongoed worden. In sommige sectoren wordt ook al nagedacht over investeringen in machine learning en augmented en virtual reality. Overigens moeten we dan niet denken aan robots en machines zoals ze voorkomen in science fiction films. Die realiteit ligt een stuk verder in de toekomst. In 2022, is de verwachting, hebben industriële robots hun vaste plek op de werkvloer gevonden. In welke vorm en voor welke toepassing de robots worden ingezet, verschilt per sector. 

2. Er gaan banen verdwijnen, maar er komen ook banen bij
Het World Economic Forum schat dat tot 2022 ongeveer 75 miljoen banen verdwijnen als gevolg van robotisering, maar dat er tegelijkertijd 133 miljoen banen voor terugkomen. Door de snelle groei van ICT komen er banen bij voor data-analisten, software-ontwikkelaars en digitale marketingstrategen. Ook komen er waarschijnlijk meer vacatures voor banen met typisch 'menselijke vaardigheden', zoals in de klantenservice, verkoop en marketing, training en development, en functies als organisatie-ontwikkelingsspecialisten en innovatiemanagers. 

3. De verdeling van werk tussen mens en machine verandert - snel
Werkgevers verwachten dat de rol van computers en robots snel groter zal worden. Nu wordt nog 71% van alle werkzaamheden door mensen verricht, en 29% door programmeerbare machines. In 2022 zal deze verhouding, aldus het onderzoek, verschoven zijn naar 58% mens vs. 42% machine. Taken die te maken hebben met dataverwerking en informatieverzameling en -overdracht zullen zelfs al voor 62% door machines worden verricht. Het WEF voorspelt dat de verhouding in 2025 definitief zal omslaan: dan nemen programmeerbare machines 52% van alle taken voor hun rekening.

4. Nieuwe taken vragen om nieuwe vaardigheden
In 2022 zullen competenties die nodig zijn voor meest voorkomende werkzaamheden behoorlijk zijn veranderd. Het percentage ‘skills stability’ - kernvaardigheden voor functies die nooit of nauwelijks veranderen - bedraagt naar verwachting wereldwijd 58%. Dat betekent dat 42%  van de competenties die werknemers nodig hebben tussen nu en 2022 zullen veranderen. Skills die belangrijker worden, zijn o.a. analytisch denkvermogen en beheersing van nieuwe technologieën. Maar juist ook ‘human skills’, zoals creativiteit, originaliteit en kritisch denkvermogen, overtuigingskracht en onderhandelingsvaardigheden worden waardevoller - net als oog voor detail, flexibiliteit en vindingrijkheid. 

5. We moeten allemaal ‘lifelong learners’ worden
Om de skill gap - het verschil tussen aanwezige en benodigde vaardigheden - te overbruggen, moeten werknemers en leidinggevenden zich blijven ontwikkelen. De verwachting is dat zij daar, tussen nu en 2022, gemiddeld 101 dagen hertraining of bijscholing voor nodig hebben. Afhankelijk van de sector en vestigingsplaats zal de helft tot tweederde van alle onderzochte organisaties een externe partij, tijdelijk personeel of freelancers inzetten op de skill gap op te vangen. Een gedegen aanpak van bij- en omscholing en een goede personeelsplanning zijn essentieel om deze ontwikkelingen proactief en succesvol te managen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 
 
Nieuwsoverzicht